![]() |
![]() |
![]() |
||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||
| Marterachtigen:. | ||||
![]() |
De
boommarter:. De boommarter is een geheimzinnig dier met tot de verbeelding sprekende eigenschappen.Een felle jager, klimmend en springend door de boomkruinen, de zwaartekracht ontkennend, achter de eekhoorns aan. Dat is mogelijk de voorstelling die men van de boommarter heeft. Onbekendheid met een diersoort nodigt vaak uit tot overdrijven. Veel kennis ontbreekt nog, maar wat we weten is boeiend genoeg! Al onze inheemse
landroofdieren behoren tot de marterachtigen, met uitzondering
van de vos. In afnemende grootte zijn dat: das, otter, Steen- en boommarter
zijn ongeveer even groot. |
|||
| Uiterlijk De boommarter is een lang en slank zoogdier dat zich vlug en lenig door bomen verplaatst. De sterk behaarde staart neemt bijna een derde van de totale lengte in beslag. Door de relatief lange achterpoten is de rug bij het lopen licht naar voren gebogen. De kop is spits met vrij grote oren. Poten en snuit zijn bijna altijd donkerder dan de kastanjebruine vacht. Leefgebied De boommarter leeft bij voorkeur in bossen. Als behendige klimmer en springer kan hij zijn leefgebied vanaf de grond tot in de boomtoppen benutten. De meeste waarnemingen zijn gedaan in loofbossen met veel struiken, gemengde bossen en zelfs in dichte en donkere naaldbossen. Soms wordt de boommarter echter ook ver buiten bosrijke streken aangetroffen. Boommarters kiezen hun rustplaatsen vaak in boomholten, konijnenholen, tussen boomwortels of onder takkenbossen; nesten zitten bij voorkeur in holle beuken of eiken, vaak in oude spechtenholen. In Nederland komen boommarters vooral voor op de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Daarnaast komen ze in Twente, de Fries-Drentse bossen en waarschijnlijk ook langs de binnenduinrand bij Haarlem voor. Zwervende dieren kunnen echter overal opduiken. Vroeger kwam deze sierlijke bosbewoner op bijna alle hogere gronden van Nederland voor. Leefwijze De boommarter is het enige zoogdier dat in staat is een eekhoorn door de boomkruinen te achtervolgen en te vangen. Deze energie-verslindende jacht behoort, ondanks de overlevering, niet tot zijn dagelijkse routine. Dit is gebleken uit onderzoek naar voedselresten in keutels, maar ook in magen van verkeersslachtoffers. De boommarter is een voor-de-voet-jager en eet wat hij tegenkomt. Zijn eten bestaat uit insecten (o.a. hommelbroed), slapende en jonge vogels, kleine zoogdieren (van muis tot halfwas konijn) en aas. In de nazomer en herfst eet de boommarter ook vaak bessen en vruchten. |
||||
|
De
bunzing:. Een bunzing is 45-65 cm lang, weegt 650-1200 gram en heeft een staart van zo’n 18 cm. De pels is bruinzwart met een lichtere ondervacht. Opvallend is het witte gezicht met een donker masker rondom de ogen. De bunzing leeft meestal in de omgeving van water in een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden, bijvoorbeeld in overbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden. Een bunzing woont in een hol van een konijn, mol, vos, das of onder steenhopen, houtmijten en holle bomen. ’s Winters wordt de bunzing ook wel in de buurt van boerderijen gezien. Ze eten allerlei dieren en zijn niet kieskeurig: konijnen, ratten, muizen, mollen, vogels, reptielen, amfibieën en insecten. De dikke vacht maakt bunzings bijna ongevoelig voor beten van vijanden zoals honden, vossen of slangen. Bunzings zijn zeer lenig. Bij plotseling gevaar gaan ze blazen en trekken ze hun geurklieren samen, waardoor ze een straal melkachtig vocht naar achteren spuiten. Het is een bijtend en stinkend vocht, dat echt als afschrikmiddel wordt gebruikt. De
jongen, vier tot acht stuks, worden naakt en blind geboren. Na
20 dagen openen ze de ogen en ontstaat een grijze vacht. De snuit
en de oorranden worden wit. Na een jaar zijn ze volwassen en aan
het einde van het tweede levensjaar geslachtsrijp. |
|||
|
De
das:. De das is met zijn lengte van ongeveer één meter het grootste landroofdier van Nederland. Hij weegt gemiddeld twaalf kilo en kan zo'n 15 jaar oud worden. Het dier ziet eruit als een donkergrijs beertje. Karakteristiek en opvallend is zijn zwart-witte koptekening. Toch laten dassen zich zelden zien; het zijn stille, schuwe nachtdieren. Onder de grond graven dassen hun burcht, een netwerk van gangen en kamers. Zo'n burcht kan uitgroeien tot een enorm holenstelsel. De kamers worden gestoffeerd met droog gras, varens en mos. Op grote stortbergen voor de holen ligt de uitgegraven aarde. Haren of pootafdrukken in het zand getuigen er van de aanwezigheid van dassen. Trouw aan hun woonplaats staat bij dassen voorop. Opeenvolgende generaties bewonen gedurende duizenden jaren dezelfde burcht. Dassenburchten worden gegraven boven het grondwater, en meestal in hellingen. Heuvels, rivierduinen, bermen van holle wegen en steilrandjes zijn zeer geschikt. Veel burchten liggen er verscholen onder bomen en struikgewas. Maar
dassen vestigen zich ook in vlak terrein, bijvoorbeeld onder een
houtwal of een heg en soms in het open veld. Bij iedere burcht
hoort een eigen woongebied. De grenzen van dit territorium worden
nauwlettend bewaakt. Behalve trouw aan hun burcht zijn dassen buitengewoon
sociaal. In een burcht kunnen meerdere families samenwonen. In
speciale kraamkamers werpen de wijfjes gemiddeld drie jongen per
jaar. Na een zoogtijd van een paar maanden leren de jongen hun
eigen kostje bij elkaar te scharrelen. Uiterlijk het volgende voorjaar
trekken veel jonge dassen naar een andere burcht, op zoek naar
een partner. |
|||
|
Steenmarters:. De steenmarter behoort tot de groep marterachtigen, zoals de otter, das, boommarter, bunzing, hermelijn en wezel. Hij is ongeveer even groot als een kat, maar slanker en staat lager op zijn poten. De steenmarter heeft een donker- tot vaalbruine vacht met een witte, gevorkte bef die uitloopt tot op de voorpoten en heeft een lange pluimstaart. Sinds 1942 is de steenmarter beschermd, omdat hij in Nederland toen vrijwel niet meer voorkwam. Tegenwoordig zorgt de steenmarter in sommige gebieden, vooral in Zuid-Limburg, rond Nijmegen en Groningen nogal voor overlast. Hij schuwt de nabijheid van de mensen niet, hij is een zgn. cultuurvolger. De steenmarter eet ongeveer alles: ratten, muizen, konijnen, vogels, eieren, wormen, vruchten en veel van wat wij aan eetbaars achterlaten. De steenmarter
slaapt overdag. In bewoonde gebieden verblijft hij graag op zolders,
niet alleen om te slapen, maar ook om zijn jongen groot te brengen.
Het mannetje, dat solitair leeft, zoekt ’s nachts zijn meerdere
vrouwtjes die ook ieder hun eigen territorium hebben, op: deze
verzorgen de jongen alleen. Wanneer dit op een zolder het geval
is, krijgt men vaak te maken met stankoverlast door de mest en
urine maar ook van de kadavers die de marter als voedsel mee
naar boven neemt, waardoor men ook nog met maden en vliegen te
maken kan krijgen. Wanneer u een marter op zolder hebt, merkt u dat meestal het eerst aan lawaai: het lijkt net of er inbrekers in huis zijn. De steenmarter is een speels dier en rent ’s nachts graag heen en weer en speelt met zijn soortgenoten. Een permanente oplossing om de marter buitenshuis te houden, is goed te kijken naar de toegangen die de marter gebruikt om het huis binnen te komen. Wanneer dit een boom is kunt u deze snoeien of een zgn. marterkraag om de stam bevestigen (dit is een soort lampenkap waar de marter niet overheen kan kruipen). Dergelijke marterkragen kan ons bedrijf voor u op maat maken en bevestigen. Vóórdat u deze maatregelen neemt, moet u wel zeker weten dat u geen marter met jongen in uw huis heeft. De marter versleept zijn jongen wel naar een andere verblijfplaats, maar als de marter niet meer terug kan komen om zijn jongen te halen, hebt u een probleem erbij ……… Ook wanneer
u een oude doek in de opening (vaak onder de eerste rijen dakpannen)
stopt die door de marter wordt gebruikt, verdrijft u hem. Omdat
de marter overdag slaapt, kunt u de doek overdag in het gat duwen. ’s
Anderendaags zult u zien dat de doek naar binnen getrokken is
of naar buiten geduwd. Dat is een teken dat de marter is vertrokken.
Om er zeker van te zijn dat hij/zij niet terugkomt, stopt u de
doek nogmaals terug. In de meeste gevallen zit de doek daags
erna nog op zijn plaats, hetgeen betekent dat de marter niet
teruggekomen is. U kunt het gat dan permanent dichtmaken met
wat draadgaas en purschuim. Hebt u konijnen of kippen, zorg er dan voor dat de hokken ’s nachts goed afgesloten zijn, ook aan de bovenkant. In sommige
gevallen raken mensen licht in paniek door de overlast die de
steenmarters ’s nachts veroorzaken; men is ook vaak bang voor
hem. Voor de steenmarter hoeft u echter Steenmarters mogen niet gevangen worden, omdat ze beschermd zijn. Bovendien heeft dit weinig tot geen nut, aangezien zijn geursporen zeer lang aanwezig blijven. De lege plek wordt dan weer gauw ingenomen door een soortgenoot. Tot nu toe hebben wij alle gevallen (rond de 150 meldingen per jaar) waar de steenmarter in huis woont, kunnen oplossen. De steenmarters worden door ons niet gevangen en niet gedood. Mocht u steenmarters in huis hebben of anderszins last ondervinden van zijn aanwezigheid (auto) kunt u tijdens kantooruren contact met ons opnemen: E-mail: info@bdl-bestra.nl |
|||